Uilen

In Nederland komen verschillende soorten uilen voor. Een aantal als dwaalgast (bijv. Sneeuwuil, Sperweruil en Laplanduil), maar er is ook een behoorlijke lijst met broedende soorten. In dit artikel bespreken we de verschillende uilensoorten en wat er gedaan wordt om ze te inventariseren.

Welke soorten

Als je in Nederland op zoek gaat naar uilen, dan heb je de grootste kans op de volgende 7 soorten tegen te komen;

  • Bosuil
  • Oehoe
  • Kerkuil
  • Ransuil
  • Steenuil
  • Ruigpootuil
  • Dwerguil
  • Velduil

Uiteraard hebben deze soorten allemaal een voorkeur voor een bepaalde biotoop, maar deze overlappen elkaar enorm. Zo kun je ze op de Velduil na eigenlijk allemaal wel tegen komen in de bossen, maar hebben met name de Kerkuil en de Steenuil een voorkeur voor meer open landschap (bijv. agrarische omgeving). De Velduil is meer van het polder landschap en deze soort is ook van nature behoorlijk stil en laten we hier verder buiten beschouwing omdat we hier met name focussen op de soorten die je in het bos hoort/tegenkomt.

Echter, naast de voorkeur voor biotoop is er nog een belangrijke eigenschap die goed te gebruiken is bij een inventarisatie ronde. Dit is de roep van de verschillende uilen.

De roep

Zoals vaak wel bekend hebben uilen een roep die op grote afstand is te horen. Hiervan wordt dan ook bij een inventarisatie vaak gebruik van gemaakt.
Hoe uilen klinken is goed terug te horen via onderstaande links naar een site met veel vogel geluiden.

Bij een inventarisatie wordt dan ook vaak een bos in blokken afgespeurd op zoek naar de roep van de gezochte soort.

Inventarisatie

Bij een inventarisatie wordt om de 500-1000 meter geluisterd of de soort waar je naar op zoek bent te horen is. Soms wordt hierbij, alleen met wettelijke toestemming, gebruik gemaakt van het afspelen van het geluid. Als de soort aanwezig is reageert die er vaak op.
Doe zo’n inventarisatie dan ook nooit zomaar op eigen houtje maar sluit je aan bij een uilenwerkgroep (zie links). Deze hebben de expertise en kunnen helpen bij het regelen van de nodige papieren.

Maar wat is dan de beste tijd om te gaan zoeken?
Dat hangt sterk af van de soort. In onderstaand schema staat grofweg in welke periodes de verschillende soorten te horen zijn.
Roeptijden Uilen in Nederland
Bij dit schema moet opgemerkt worden dat de periodes sterk afhankelijk zijn van de weersomstandigheden, voedselaanbod en ook de aanwezigheid van mogelijke concurrenten.

Echter, met dit schema alleen ben je er nog niet. De uilen hebben namelijk ook nog elk een specifieke periode ten opzichte van de zonsopkomst en zonsondergang waarop ze roepen. Dat is weergegeven in onderstaand schema.
Roeptijden per dag
De tijden in dit schema zijn t.o.v. de zonsondergang (18:30) en zonsopkomst (05:30) en variëren met deze tijden.

Nadat de roep van een soort is vastgesteld weet je dat er dus minimaal één exemplaar aanwezig is. Aan het type roep is soms af te lijden of het op een paar gaat of een enkel exemplaar. Een volgend bezoek is dan ook nodig om vast te stellen of de soort nog steeds aanwezig is. Is dit het geval dan wordt er geprobeerd om de nestplek te vinden (ook hier geld weer, doe dit niet op eigen houtje! De kans op verstoring is groot).

Conclusie

De verschillende soorten uilen in Nederland hebben allemaal specifieke kenmerken waar gebruik van wordt gemaakt bij het vaststellen van een territorium. De roep is daarbij eigenlijk wel het belangrijkste kenmerk.
Het vaststellen van een territorium is niet makkelijk en vergt de nodige ervaring. Het is dan ook goed om hierbij de hulp te gebruiken van gespecialiseerde werkgroepen (zie links). Houd er ook rekening mee dat veel bosgebieden ‘s nachts niet zomaar toegankelijk zijn, hier is een vergunning voor nodig.

Links

Steenuilen werkgroep STONE
Oehoe werkgroep
Kerkuilen werkgroep
Meer werkgroepen
SOVON vogelonderzoek

Er is 1 reactie. Geef zelf ook een reactie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *